MDT/McKenzietherapie

De McKenzie-methode is een mechanische diagnose en therapiemodel (MDT) dat speciaal is ontwikkeld voor (a-specifieke) rug- en nekklachten. In de jaren vijftig werd deze methode ontwikkeld door de Nieuw-Zeelandse fysiotherapeut Robin McKenzie.
De opleiding tot McKenzie-therapeut is een tweejarige opleiding die gevolgd kan worden na een opleiding fysiotherapie, mensendieck-therapie, caesar-therapie of geneeskunde, en die wordt afgesloten met een internationaal erkend examen.

Zowel voor het stellen van de diagnose als voor de therapie maakt McKenzie gebruik van een model dat gebaseerd is op de symptomen (klachtenpatroon) van de patient. Men bepaalt welke mechanische factoren van invloed zijn op het klachtenpatroon van de patient. Welke beweging of houding doet de klachten toe- of afnemen. Aan de hand van deze informatie wordt vastgesteld welke oefeningen en adviezen aan de patient gegeven kunnen worden.

Doel van de therapie is om de patient onafhankelijk te maken van zijn therapie en therapeut en de kans op herhaling te verkleinen. Zelfredzaamheid van de patient staat hierbij centraal.

De McKenzie therapie is grotendeels een "hands-off-therapie". Dit betekent dat de therapeut pas gebruik maakt van specifieke technieken, wanneer de patient zelfstandig geen vooruitgang meer boekt.

Enkele klachten waarbij de McKenzie-methode uitkomst kan bieden:
- voor 'spit' of een 'acute nek'.
- pijn of doof gevoel in arm of been.
- lang bestaande rug en/of nekklachten.
- hoofdpijnklachten.

 

Werkwijze van de McKenzie therapeut

Bij het eerste bezoek wordt een uitgebreide anamnese afgenomen (vraaggesprek), waarin gezocht wordt naar bewegingen en houdingen die de symptomen beinvloeden. Vervolgens vindt er een lichamelijk onderzoek plaats, waarin bewegen centraal staat. Door bewegingen in een bepaalde richting herhaald uit te voeren, zoekt de McKenzie-therapeut naar een specifieke beweging die de symptomen verslechtert of verbetert. Aan de hand van deze informatie wordt dan de behandeling samengesteld. Deze bestaat vooral uit houdingstherapie en actieve oefentherapie.